oorlogvoering

vrouwelijk (de)/ˈorlɔxˌfurɪŋ/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. militair (militair) het strijden tijdens een oorlog
    Chemische oorlogvoering is via internationale verdragen verboden.
    Tijdens de conferentie van de grootmachten was er een ware psychologische oorlogvoering aan de gang door middel van de vlaggen en de vlaggenmasten.

Etymologie

* van oorlog voeren