oorlogstaal
mannelijk/vrouwelijk (de)
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- taal die past bij het voeren van een gewapende strijdDit was hun gebruikelijke oorlogstaal, de laatste tijd nog aangescherpt door de dreigende ontruiming.In de Russische staatsmedia klinkt dagelijks dreigende oorlogstaal. Deze week wordt neergezet als het moment van de waarheid: zal de NAVO Rusland respecteren en het totale eisenpakket inwilligen? En zo niet, is het Westen dan klaar voor de 'militair-technische' gevolgen?
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek