ooft

onzijdig (het)/oft/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. verouderd (verouderd) fruit, boomvrucht
    {{ouds
  2. verouderd (verouderd) fruit in het algemeen
  3. (gewestelijk) gedroogde appels, in het bijzonder om vla mee te maken

Etymologie

* (erfwoord): Middelnederlands "ooft", ōvet, uit Oudnederlands ōvit, ontwikkeld uit West-Germaans *uba-ētaz ‘boomvrucht’, oorspronkelijk ‘toespijs’; zie verder op en eten. Evenals Nederduits Aaft, Ooft, Duits Obst, Fries oefte ‘iets (te eten) van zijn gading; iets lekkers’ en Oudengels ofet(t).