onzindelijkheid

vrouwelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. de mate waarin iets vuil of smerig is
    Alleen van eenvoudige mensen kon zij onzindelijkheid aanvaarden en ze liet nooit zelfs maar door een trilling van haar neusvleugels merken dat ze hun luchtjes had geroken.

Etymologie

*afleiding van onzindelijk