onreinheid
vrouwelijk (de)
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- het niet schoon zijn
- het immoreel zijn; het onzedelijk zijnNu, vaarwel, anders komt u er helemaal niet meer toe u op te knappen en krijg ik een van de ernstigste misdrijven op mijn geweten, die een fatsoenlijk mens plegen kan: onreinheid.In het pamflet staat echter dat "homoseksuele onreinheid of transgenderisme goedkeuren zondig is. Klaver: "Het is heel duidelijk dat met de verklaring afstand wordt genomen van de mogelijkheid dat je homo én christen kunt zijn."
Etymologie
* afleiding van onrein
Vertalingen
Engelsimpurity, untidiness, irtiness
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek