onvolkomenheid
vrouwelijk (de)
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- een klein foutje dat ervoor zorgt dat iets niet helemaal perfect isEén foutje doorkruiste zaterdag de EK-kwalificatie van Petra Witjes. Een val op het onderdeel vloer betekende 0,8 punt aftrek. De technische onvolkomenheid daarbij opgeteld maakte er een vol strafpunt van. En dan te bedenken dat de zestienjarige turnster uit Oldenzaal maar 0,2 punt te kort kwam aan het einde van de rit. Tubantia 26-03-07 [https://www.tubantia.nl/overig/afzien-voor-het-echte-werk~ac3ebcdd/ Afzien voor het echte werk]De voorstelling duurde net even te lang en dat had niets te maken met een kleine technische onvolkomenheid of met een paar regendruppels. Tubantia 19-05-08 [https://www.tubantia.nl/overig/magie-en-spektakel-betoveren-de-haarlerheide~a79a8af1/ Magie en spektakel betoveren de Haarlerheide]Oorzaak vormt een fout in het drukproces, waardoor bij de adresssering eventuele toevoegingen bij het huisnummer (voorbeeld: 52 a) ontbreken. Volgens een woordvoerder van de gemeente Enschede heeft Post NL de onvolkomenheid inmiddels erkend. Tubantia Roel Lutkenhaus 21-08-12 [https://www.tubantia.nl/enschede-e-o/veel-stempassen-niet-bezorgd-in-enschede-losser~a96ee43f/ Veel stempassen niet bezorgd in Enschede/Losser]
Etymologie
*afgeleid van onvolkomen
Vertalingen
Engelsdeficiency, imperfection, flaw
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek