ontzegging
vrouwelijk (de)/ɔntˈsɛɣɪŋ/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- zichzelf of anderen iets niet geven of laten gebruiken
- zichzelf of iemand anders iets verbiedenOpvallend is de sterke daling van sancties (met 36 procent) en bijkomende straffen, zoals ontzegging van de rijbevoegdheid. Tubantia Tonny van der Mee 11-09-2017Daarnaast loopt er nog een rechtszaak tegen Schotte waarin hij wordt beschuldigd van ambtelijke omkoping, valsheid in geschrifte en witwassen. Vorig jaar werd hij daarvoor veroordeeld tot 3 jaar cel en ontzegging van het passieve kiesrecht. Schotte ging in hoger beroep, er is alleen nog geen nieuwe zittingsdatum vastgesteld. Volkskrant 13 februari 2017
Etymologie
* van ontzeggen
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek