woorden
boek
Start
›
O
›
ontuig
ontuig
onzijdig (het)
Betekenis
zelfstandig naamwoord
ongure personen; slecht volk
rotzooi, afval
onkruid
Etymologie
*afleiding van tuig
Synoniemen
schorremorrie
tuig
gepeupel
janhagel
schuim
heffe
uitvaagsel
Bron:
OpenTaal
&
WikiWoordenboek
← ontuchtzaken
ontval →