ontmaken
Betekenis
werkwoord
- doden, afbrekenVoor een verheven woord ging hij gisteren te rade bij een zeer oude dichter des vaderlands: Bredero. 'Heer, gij hebt mij gemaakt en moogt mij weer ontmaken.'
- zich van iets of iemand ontdoenVoorin ontbraken enkele van de betere renners en onder aanvoering van leider Zulle en Ullrich konden 22 renners zich ontmaken van de rest van het lot. De 22 hadden bij de aankomst in Valencia uiteindelijk een voorsprong van 43 seconden.
Etymologie
* afleiding van maken
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek