onstuimigheid
vrouwelijk (de)
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- de mate waarin men op een wilde manier enthousiast is
- iets wat getuigt van een wilde enthousiastheid
Etymologie
* afleiding van onstuimig
Vertalingen
Engelsimpetus, tempestuousness, unruliness
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek