passie

vrouwelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een zaak, onderwerp, activiteit of hobby waar iemand veel interesse in heeft en veel tijd en inspanningen aan wil besteden
    Alles wat met de zee te maken heeft is altijd al zijn passie geweest.
  2. religie (religie) het lijdensverhaal van de kruisiging van Jezus

Etymologie

* Leenwoord uit het Latijn, in de betekenis van ‘lijden van Christus’ voor het eerst aangetroffen in 1265

Uitdrukkingen

  • Als de vos de passie spreekt, boer pas op je kippen (ganzen).als een bedrieger of slijmbal vrome dingen zegt moet je extra voorzichtig met deze persoon zijn

Vertalingen

Engelspassion
Franspassion
DuitsPassion
Spaanspasión