onoprechtheid
vrouwelijk (de)
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- het niet eerlijk zijnKitty wist dat deze onoprechtheid voortkwam uit zijn liefde voor zijn broer, uit een gevoel van schaamte over zijn eigen al te groot geluk en vooral uit zijn voortdurend verlangen beter te worden.
Etymologie
* afleiding van onoprecht
Vertalingen
Engelsinsincerity, duplicity, sanctimoniousness
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek