onoprechtheid

vrouwelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. het niet eerlijk zijn
    Kitty wist dat deze onoprechtheid voortkwam uit zijn liefde voor zijn broer, uit een gevoel van schaamte over zijn eigen al te groot geluk en vooral uit zijn voortdurend verlangen beter te worden.

Etymologie

* afleiding van onoprecht

Vertalingen

Engelsinsincerity, duplicity, sanctimoniousness