woorden
boek
Start
›
O
›
onoplettendheid
onoplettendheid
vrouwelijk (de)
/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
het niet opletten
Een momentje van onoplettendheid.
Etymologie
*Afgeleid van oplettend en .
Synoniemen
onachtzaamheid
Antoniemen
achtzaamheid
oplettendheid
alertheid
Bron:
OpenTaal
&
WikiWoordenboek
← onoplettender
onoplosbaar →