onbetrouwbaarheid
vrouwelijk (de)
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- het niet te vertrouwen zijn van iets of iemandEen van de advocaten schreed majestueus naar de microfoonstandaard voor de verdediging en begon een lange klaagzang over de wetenschappelijke incompetentie, bewezen partijdigheid en daarmee wraakbaarheid, twijfelachtige onderzoeksethiek en algemene onbetrouwbaarheid van de getuige.
Etymologie
* afleiding van onbetrouwbaar
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek