onbetamelijkheid
vrouwelijk (de)
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- het onbeschoft of onbeleefd zijn
- iets dat niet past bij de goede zeden en gewoonten
Etymologie
* afleiding van onbetamelijk
Vertalingen
Engelsunmannerliness, rudeness, impropriety
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek