onanie

vrouwelijk (de)/ˌonaˈni/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. seksualiteit (seksualiteit) bevrediging vinden door je geslachtsdelen zelf te stimuleren
    Vroeger werd onanie gezien als een ernstige zonde.
    De ondeugd zat meer in alles wat iemand uitspookte om geen kinderen te krijgen, als het hem niet lukte zijn lusten te bedwingen. Helaas blijft de preutse dominee (die zelf drie kinderen kreeg) op dit punt tergend abstract, maar waarschijnlijk moeten we denken aan zaken als prostitutie, onanie, homoseksualiteit en abortus.
    {{ouds
  2. figuurlijk, pejoratief (figuurlijk) (pejoratief) gedrag dat overmatige tevredenheid met zichzelf laat zien
    Ik geloof dat Wimbledon als bijnaam zoiets als `de Graskathedraal' heeft en daaraan hoor je hoe heilig het tennistoernooi is in termen van Englishness, de culturele onanie van het Britse eilandenrijk.

Etymologie

*(eponiem), van "onania", afgeleid van in Genesis [https://www.statenvertaling.net/bijbel/gene/38.html 38:9], geschreven met een kleine letter volgens ; in de betekenis van "masturbatie" aangetroffen vanaf 1738 (zie vindplaats hieronder)