zelfbevlekking

vrouwelijk (de)/ˈzɛlᵊvbəˌvlɛkɪŋ/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. verouderd, seksualiteit (verouderd), (seksualiteit) masturbatie, onanie, zelfbevrediging
    Vroeger werd zelfbevlekking gezien als een ernstige zonde.
  2. figuurlijk, spottend (figuurlijk) (spottend) overmatige tevredenheid met zichzelf
    Ik heb geen idee hoelang dit partijtje dat zichzelf uit zelfbevlekking ‘onderwijspartij’ noemt een rad voor de ogen van onderwijsgevend Nederland mag en kan blijven draaien?[http://www.beteronderwijsnederland.nl/column/kort-van-memorie Kort van memorie], Beter Onderwijs Nederland, 10-11-2014