omwisseling
vrouwelijk (de)/ˈɔmwɪsəˌlɪŋ/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- handeling waarbij vergelijkbare zaken worden verruildDe start van de nieuwe manier van afvalinzameling is rond half juli, met de omwisseling van de afvalcontainers in het eerste gebied.‘Het is een omwenteling met bloemen geweest; er werd niet geschoten, alleen maar feest gevierd,’ vertelde mij iemand die enkele dagen tevoren de uitroeping van Spanje tot Republiek had meegemaakt. Het gezegde zelf bewees dat er in het geheel géén omwenteling had plaatsgevonden, slechts een omwisseling van bestuursformaliteiten.
- (financieel) omzetten van contant geld in een andere valutaDNB houdt de omwisseling van de Antilliaanse gulden naar de dollar in de gaten.
Etymologie
* van "omwisselen": de stam "omwissel"
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek