omwisselen

/ˈɔmwɪsələ(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. ov (ov) van plaats laten ruilen met een ander
    Hij wisselde de beide beeldjes om.
  2. ov (ov) verruilen voor een ander
    Hij wisselde zijn kaarten voor de voorstelling om voor kaarten voor een andere datum.
  3. ov, financieel (ov), (financieel) ~naar/voor chartaal geld inruilen voor een andere "valuta" met dezelfde waarde
    Waar kun je euro's omwisselen voor dollars?

Vertalingen

Engelschange places, exchange, exchange for
Franschanger de place, changer contre, échanger
Duitstauschen, umtauschen