omtuining

vrouwelijk (de)/ɔmˈtœynɪŋ/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. het omheinen van een ruimte
  2. dat wat een ruimte omheint
    Binnen de omheining van Gods heilzame geboden is geen verschrikking, maar veiligheid en geborgenheid. Zo klonk het bijna veertig jaar geleden. Dit boek maakt duidelijk: buiten die omtuining wordt veel verschrikking ervaren. Daarom: tegen de wetteloosheid het Evangelie!

Etymologie

*afgeleid van "omtuin"