omstaander

mannelijk (de)/ˈɔmstandər/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. iemand die ergens getuige van is zonder aan de handeling deel te nemen
    Door de klap was de auto op zijn kant komen te staan. Omstaanders duwden de wagen terug op zijn vier wielen waarop ik minstens twee inzittenden zag uitstappen en heb zien vluchten. De Telegraaf 20 augustus 2018 [https://www.telegraaf.nl/nieuws/2459244/nederlandse-auto-schept-vlaamse-peuter Nederlandse auto schept Vlaamse peuter]
    Ook de omstaanders konden om de situatie lachen. "Veel geluk om dit uit te leggen aan je verzekeringsmaatschapij" {{sic!|verzekeringsmaatschappij
    De videobeelden van de heroïsche tussenkomst van Rogers, die overigens bijval kreeg van een andere omstaander, gingen meteen na het incident het hele internet over. Internetgebruikers prezen hem voor zijn moed en gaven hem de bijnaam "trolley man". Tubantia K. Gijsbrechts 11 november 2018 [https://www.tubantia.nl/buitenland/dakloze-wordt-held-door-terrorist-te-rammen-met-winkelwagentje~a315549d/ Dakloze wordt held door terrorist te rammen met winkelwagentje]

Etymologie

* samenstellende afleiding van "om" en "staan"