omspringen

/ˈɔmsprɪŋə(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. absol, figuurlijk (absol) (figuurlijk) te werk gaan, bewust handelen
    Hij heeft donderdag gespeeld, een trap gekregen en is daar nog niet helemaal van hersteld. Manchester City hoeft geen schrik te hebben dat we op een onverantwoorde manier met hem zullen omspringen. de Standaard 02/09/2017 door rahe Wim Conings
    Een nieuwe facebookpagina helpt studenten aan de Universiteit Antwerpen (UA) snel aan onenightstands. Woordvoerder Peter De Meyer van de UA zegt dat de universiteit weinig tegen zulke facebookpagina's kan doen: ,,We kunnen alleen maar hopen dat onze studenten er verstandig mee omspringen." De oprichter van 'UAntwerpen FWB' heeft door de commotie de pagina tijdelijk offline gehaald. Tubantia Matthias van den Bossche 09-07-2017
werkwoord
  1. ov (ov) al springende omgeven, er in een kring om heen springen
    De jonge katjes omspringen het baasje dat hen eten komt geven.