omgooien

/ˈɔmɣojə(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. omduwen, iets van een verticale naar een horizontale positie duwen
    De jongen gooide de vaas met bloemen per ongeluk om.
  2. plotseling (de volgorde van handelingen) veranderen
    Door de grote ramp werd het uitzendprogramma helemaal omgegooid