olifant
mannelijk (de)/ˈoliˌfɑnt/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (slurfdieren) groot dikhuidig en veelhoevig zoogdier met een lange slurf uit de familieMijn lievelingsdier is de olifant.
Etymologie
*via Middelnederlands "olifant" van "olifant", in de betekenis van ‘slurfdier’ aangetroffen vanaf 1240
Uitdrukkingen
- Als een olifant in de porseleinkast — buitengewoon onvoorzichtig of tactloos
- Van een mug een olifant maken — van een klein probleem onnodig een groot probleem maken ofwel: erg overdrijven
- van een mug een olifant maken
- een witte olifant — een prachtig, kostbaar of prestigieus voorwerp, project e.d. dat weinig tot niets oplevert, maar wel handenvol geld in onderhoud, e.d. kost.
Vertalingen
Engelselephant
Franséléphant
DuitsElefant
Spaanselefante
Italiaanselefante
Portugeeselefante, elefanta
Russischслон
Chinees象
Koreaans코끼
Turksfil
Poolssłoń, słonica
Zweedselefant
Deenselefant
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek