octant

mannelijk (de)/ɔkˈtɑnt/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. scheepvaart, verouderd (scheepvaart), (verouderd) een hoekmeetinstrument dat ondermeer werd gebruikt om de hoogtehoek van een hemellichaam boven de horizon te meten, en om de hoek tussen twee aardse objecten te meten
    De gradenboog van een octant is eenachtste deel van een cirkel.
  2. meetkunde (meetkunde) elk van de acht delen die ontstaan als een ruimte wordt verdeeld door drie haaks op elkaar staande vlakken
  3. astronomie (astronomie) schijngestalte van de maan precies halverwege nieuwe of volle maan enerzijds en eerste of laatste kwartier anderzijds

Etymologie

*van "octant", in de betekenis van ‘hoekmeter’ voor het eerst aangetroffen in 1740

Vertalingen

Engelsoctant
Fransoctant
DuitsOktant