octaaf

/ɔkˈtaf/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. muziek (muziek) de achtste trap van een diatonische toonladder
  2. muziek (muziek) het interval tussen twee tonen, waarvoor geldt dat de frequentie van de tweede toon precies het dubbele, of de helft, is van die van de eerste
    Het octaaf is een perfect consonant interval.
  3. muziek (muziek) een reeks van twaalf tonen van “c” tot en met “b”
    Van de dirigent moet hij het motiefje een octaaf hoger spelen.
  4. letterkunde (letterkunde) gedicht van acht versregels
  5. religie (religie) een periode van acht dagen waarmee de viering van een hoogfeest kan worden verlengd

Etymologie

* uit het Latijn "octavus" "achtste"

Uitdrukkingen

  • rein octaafeen octaaf zonder alteratie (twaalf halve toonafstanden)
  • overmatig octaafhalve toon ruimer dan een rein octaaf
  • verminderd octaafhalve toon krapper dan een rein octaaf
  • decibel per octaafmaat voor geluidsterkte per frequentieverdubbeling

Vertalingen

Engelsoctave
Fransoctave
DuitsOktave
Spaansoctava
Italiaansottava
Portugeesoitava
Zweedsoktav