ochtendstond
mannelijk (de)/ˈɔxtəntˌstɔnt/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- begin van de morgen
- (verouderd) uur waarop de dag aanbreekt
- (figuurlijk) eerste begin
Uitdrukkingen
- De ochtendstond heeft goud in de mond. — Al vroeg in de morgen beginnen met werken levert meer op.
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek