objectivering

vrouwelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een oordeel over iets of iemand ontdoen van subjectieve overwegingen
    De hermeneutiek staat voor een theorie waarin alle menselijke objectiveringen worden geïnterpreteerd.
    Ik beschouw dit boek, waarin theoretische uiteenzettingen worden afgewisseld met autobiografische fragmenten en romanpassages, als een poging tot verwerking en objectivering van zijn smart om het bruusk afgewezen worden door de vrouw voor wie hij 'in vuur en vlam stond'.
  2. het van een persoon een ding maken

Etymologie

*afleiding van (nomact) van objectiveren