object
onzijdig (het)/ˈɔpjɛkt/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- voorwerp dat fysiek bestaatEn de Amerikaanse Chandrasatelliet heeft röntgenstraling van het centrale object waargenomen.Het is een natuurlijk wezen dat bewerkt moet worden en iedere slager, die liefde voor zijn vak heeft, zal trachten, dit kostbaar object op de juiste manier van huid en organen te ontdoen daarbij rekening houdend dat niets geweld wordt aangedaan, dus ook de natuurlijke hechtingen en scheidingen worden gevolgd.
- (grammatica) voorwerp
- (filosofie) entiteit die behandeld wordt en waarvan het bestaan onafhankelijk wordt geacht van het subjectHet object van de voorstelling wordt volgens Schopenhauer - net als bij Kant - altijd bepaald door een raster van vormen die in het bewustzijn van het subject aanwezig zijn.In de voorstelling kunnen subject en object van de voorstelling onderscheiden worden.
- (informatica) in objectgeoriënteerd programmeren: een component die gegevens en/of programmacode bevat
Etymologie
* Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘voorwerp’ voor het eerst aangetroffen in 1500
Vertalingen
Engelsobject, object, object
Fransobjet, objet
DuitsObjekt
Italiaansoggetto
Portugeesobjeto, objeto
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek