nulliteit

vrouwelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. iets dat geen waarde of belang heeft; iemand zonder waarde
    'Een grote schande, het toppunt van een journalistieke nulliteit, reageert echtgenoot Frank Vanhecke. 'Dit is journalistiek van de laagste soort, compleet onaanvaardbaar. Dat vinden ook de ouders van Rooske.'de Standaard 14/02/2011 [http://www.standaard.be/cnt/dmf20110214_011 De Wever 'misselijk'van RTBF-reportage Morel ]
    Qilaatersorneq, het plichtwerk van Soren Nils Eichberg, dat bij andere violisten al eens naar new age-nulliteit fladdert, kreeg een beklijvende uitvoering.de Standaard 25/05/2001 om 00:00 door Peter Vermeersch [http://www.standaard.be/cnt/dmf25052001_005 Elisabethwedstrijd: nog een vrouw]
    „Nog steeds gebruik ik archaïsche woorden die ik van hem leerde. Als ik iets niet zo van belang vind, dan noem ik dat ‘een nulliteit’.NRC Floris Alberse 26 maart 2014 [https://www.nrc.nl/nieuws/2014/03/26/hij-probeerde-mijn-adoratie-te-temperen-1359602-a765600 Hij probeerde mijn adoratie te temperen ]
  2. wiskunde (wiskunde) (van een lineaire afbeelding of matrix) de dimensie van de kern van die lineaire afbeelding of matrix

Etymologie

* afleiding van nul

Vertalingen

Engelsinsignificant person, human zero, insignificance,