nippertje

/ˈnɪpərcə/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. laatste mogelijkheid (gangbaar in de uitdrukking: op het nippertje)
  2. iemand die met heel kleine teugjes drinkt en klein, goed bekend of min wordt gevonden

Etymologie

**[2] in de betekenis van ‘ogenblik’ aangetroffen vanaf 1872

Uitdrukkingen

  • op het nippertjeop het allerlaatste moment
  • Het verkleinwoord is, vooral in de genoemde uitdrukking, tegenwoordig veruit de meest gangbare vorm. Maar omdat "op de nipper" over een lange periode ook wordt gebruikt, is "nippertje" geen echt zelfstandig verkleinwoord.