ogenblik

onzijdig (het)/ˈoɣə(n)ˌblɪk/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. moment, een bepaald tijdstip
    'Er is hier op het ogenblik weinig te doen,' vervolgde ze.
    Dat alles eeuwig terugkeert, dat elk ogenblik de herhaling is van wat al eindeloos vaak gebeurd is en ook nog eindeloos vaak herhaald zal worden, is misschien een verstikkende gedachte voor degene die zijn hoop op de toekomst heeft gericht.
  2. een korte tijdsduur
    Heeft u een ogenblikje? Ik zal u direct helpen.

Etymologie

* leenvertaling van "Augenblick", in de betekenis van ‘zeer korte tijdruimte’ voor het eerst aangetroffen in 1517

Vertalingen

Engelsmoment
Fransmoment
DuitsAugenblick
Spaansmomento
Zweedsögonblick
Deensøjeblik