ogenblik
onzijdig (het)/ˈoɣə(n)ˌblɪk/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- moment, een bepaald tijdstip'Er is hier op het ogenblik weinig te doen,' vervolgde ze.Dat alles eeuwig terugkeert, dat elk ogenblik de herhaling is van wat al eindeloos vaak gebeurd is en ook nog eindeloos vaak herhaald zal worden, is misschien een verstikkende gedachte voor degene die zijn hoop op de toekomst heeft gericht.
- een korte tijdsduurHeeft u een ogenblikje? Ik zal u direct helpen.
Etymologie
* leenvertaling van "Augenblick", in de betekenis van ‘zeer korte tijdruimte’ voor het eerst aangetroffen in 1517
Vertalingen
Engelsmoment
Fransmoment
DuitsAugenblick
Spaansmomento
Zweedsögonblick
Deensøjeblik
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek