nijd

mannelijk (de)/nɛɪt/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. grondige afkeer van iemand en het misgunnen van zijn bezit
    Er heerste alleen maar haat en nijd.

Etymologie

* In de betekenis van ‘jaloezie, woede’ voor het eerst aangetroffen in 1100

Vertalingen

Engelsenvy
DuitsNeid
Spaansenvidia