nieuwvorming

vrouwelijk (de)/ˈniwvɔrmɪŋ/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. medisch (medisch) ziekelijke uitgroei van weefsel
    Borstkanker is de meest voorkomende kwaadaardige nieuwvorming bij vrouwen.
  2. taalkunde (taalkunde) ontstaan van een nieuw woord binnen een taal
    Ongeveer een derde van de gemunte woorden is inheems en twee derde is gevormd van oorspronkelijke leenwoorden (die alle inheems gevoeld worden, anders zouden ze niet gebruikt worden in een nieuwvorming).
  3. totstandkoming van iets dat daarvoor niet bestond
    Het is de moderne techniek, die ons overtuigt, dat er wèl iets nieuws is onder de zon; maar het was de moderne biologie, die ons de wezenlijke betekenis van de verandering, van de wording, van de nieuwvorming pas goed liet beseffen.

Etymologie

*, leenvertaling van "Neubildung"