nieuwvorming
vrouwelijk (de)/ˈniwvɔrmɪŋ/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (medisch) ziekelijke uitgroei van weefselBorstkanker is de meest voorkomende kwaadaardige nieuwvorming bij vrouwen.
- (taalkunde) ontstaan van een nieuw woord binnen een taalOngeveer een derde van de gemunte woorden is inheems en twee derde is gevormd van oorspronkelijke leenwoorden (die alle inheems gevoeld worden, anders zouden ze niet gebruikt worden in een nieuwvorming).
- totstandkoming van iets dat daarvoor niet bestondHet is de moderne techniek, die ons overtuigt, dat er wèl iets nieuws is onder de zon; maar het was de moderne biologie, die ons de wezenlijke betekenis van de verandering, van de wording, van de nieuwvorming pas goed liet beseffen.
Etymologie
*, leenvertaling van "Neubildung"
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek