tumor
mannelijk (de)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (medisch) een gezwelMijn besef kwam toen we hem naar de operatietafel brachten, waar de chirurg de tumor uit zijn maag zou snijden.De tumor in mijn hoofd bleek operabel en had nog geen vitale functies aangetast.De dokter moest haar het vreselijke nieuws over de tumor mededelen.
Etymologie
* Leenwoord uit het Latijn, in de betekenis van ‘zwelling’ voor het eerst aangetroffen in 1663
Vertalingen
Engelstumour, tumor
Franstumeur
DuitsTumor, Geschwulst
Spaanstumor
Zweedstumör
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek