neusgang
mannelijk (de)/ˈnøsxɑŋ/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (anatomie) een van beide kanalen die de buitenlucht door de neus naar de luchtpijp geleidenDe neusgangen dienen voor het bevochtigen, verwarmen en zuiveren van de ingeademde lucht.
Vertalingen
Engelsnasal passage
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek