neusbeer

mannelijk (de)/ˈnøzber/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. roofdieren (roofdieren) bepaald soort zoogdier, , dat in Midden- en Zuid-Amerika leeft

Vertalingen

EngelsCoati
Franscoati
DuitsNasenbär
Spaanscoatí, cuatí