nesteling
mannelijk (de)/ˈnɛstəˌlɪŋ/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (valkerij) een jonge roofvogel uit eigen kweek die nog opgeleid moet wordenDeze vogel is een nesteling en is dus niet uit de natuur gehaald.
Etymologie
* van nestelen
Vertalingen
Engelseyas
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek