nest

onzijdig (het)/nɛst/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. dierkunde (dierkunde) de verblijf- en broedplaats van bepaalde diersoorten zoals vogels
    De vogels hadden op de schoorsteen een nest gebouwd.
  2. informeel (informeel) vervelend, nuffig meisje
    Vervelend nest!

Etymologie

**meer informatie

Uitdrukkingen

  • In de nesten zittenmet problemen zitten
  • Zijn eigen nest bevuilenkritiek uitoefenen op de eigen familie of volk

Vertalingen

Engelsden, nest
Fransnid
DuitsNest
Spaansnido
Italiaansnido
Portugeesninho
Zweedsrede, näste, bo
Deensrede