nestbouw

mannelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. het maken van een plaats waar volgens hun eieren uitbroeden en hun kuikens voederen
    In de Oostvaardersplassen worden vaker visarenden gezien, maar bijzonder is dat twee exemplaren zo lang bij elkaar blijven. Boswachters zagen vervolgens deze week het vrouwtje met takken vliegen, wat duidt op nestbouw. Na de vogels voorzichtig te hebben gevolgd, werd het nest ontdekt. Reformatorisch Dagblad 24-07-2002 [https://www.rd.nl/vandaag/binnenland/visarend-broedt-weer-in-nederland-1.1214947 Visarend broedt weer in Nederland]