naaktloper

mannelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. iemand die zich zonder kleren in de openbare ruimte begeeft
    Henk Boom lijkt niets te zijn ontgaan. Hij biedt vooral voer voor kunsthistorici, die complete congresdebatten over symboliek en metaforen kunnen teruglezen. We komen de schilder in het boek tegen als alchemist, rozenkruiser, vastenprediker, magiër, surrealist avant la lettre, psychiatrisch patiënt, lid van een geheime sekte van naaktlopers. NRC Marianne Vermeijden 15 april 2016

Etymologie

* van naaktlopen