muursteen

mannelijk (de)/ˈmyrsten/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. bouwkunde (bouwkunde) blok hard materiaal waaruit wanden van gebouwen worden gemaakt
    Van geschuurde stukjes muursteen, het cement er nog aan, betonijzer en houten balkjes maakt ze speelse broches.
    'Ter herinnering aan hen die vielen om het leven van het vaderland te redden', staat op een muursteen met de namen van dertien militairen die door de subversie in de jaren 1973-1977 werden vermoord.