muskadel

mannelijk/vrouwelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. tuinbouw (tuinbouw) muskaatdruif
  2. oenologie (oenologie) (zoete) wijn gemaakt van deze druif

Etymologie

* Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘zoete wijnsoort’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1253