muskaat
mannelijk/vrouwelijk (de)/mʏsˈkat/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (voeding) als specerij gebruikte noot van de muskaatboom
zelfstandig naamwoord
- (oenologie) wijn gemaakt van de muskaatdruif
Etymologie
*(m): (verkorting) van muskaatwijn of van ("vin" of "raisin") "muscat"
Vertalingen
Engelsnutmeg
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek