moto

mannelijk (de)/ˈmoto/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. verkeer (verkeer) motorvoertuig op twee wielen
    Hij had zijn vervoermiddel, een zware moto, tegen de muur geplaatst.
    Burgerlijken mogen niet met auto of per moto rijden.

Etymologie

*van "moto"