mop

mannelijk/vrouwelijk (de)/mɔp/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. anekdote met een verrassend en komisch slot
    Wat een flauwe mop is dat, zeg.
    ’Wie weet er een mop?’ riep een aarzelende stem. Een voor een begonnen we grappen en verhalen met elkaar te delen om de moed erin te houden.
  2. vlek
    bijvoorbeeld een inktmop
  3. bouwkunde (bouwkunde) type grote metselsteen
    bijvoorbeeld een waalmop
  4. huishouden, scheepvaart (huishouden), (scheepvaart) een (dek)zwabber of huishoudelijk hulpstuk om vloeren (afhankelijk van de soort mop droog of juist nat) te reinigen
  5. kleding (kleding) type muts
  6. fris en fruitig jong meisje of algemener een koosnaam
  7. voeding (voeding) koekje

Etymologie

* In de betekenis van ‘grap’ voor het eerst aangetroffen in 1895

Vertalingen

Engelsjoke, blot, stain
Fransblague, plaisanterie
DuitsWitz
Spaanschiste
Poolsdowcip, kawał
Zweedsvits
Deensvittighed