monterheid

vrouwelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. het opgewekt en levendig zijn als karaktereigenschap
    De ontvangers waren in één klap weer helemaal op de hoogte van het wel en wee dat de familie had meegemaakt. Weliswaar meer van het wel dan van het wee – rondzendberichten kenmerken zich nu eenmaal door vuurvaste monterheid en enthousiasme – maar het was toch leuk om de relatie weer even bevestigd te zien. Zij leven nog en wij bestaan nog voor hen, dus snel een kaartje teruggekrabbeld met althans een passabele foto erbij.
  2. iets dat past bij een opgewekt en levendig persoon

Etymologie

* afleiding van monter