montage

vrouwelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. het monteren
  2. samenstelling van audio-visuele fragmenten, iets dat gemonteerd is
  3. het samenstellen van audio-visuele of fysieke onderdelen, montage periode

Etymologie

* van monteren

Vertalingen

Engelsedit, assembly, composing
Fransmontage
DuitsMontage, Zusammenbau
Spaansmontaje