mondstuk
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (muziekinstrument) dat deel van een blaasinstrument dat in de mond genomen wordt of aan de lippen gezet
Vertalingen
Engelsembouchure, mouthpiece
Fransembouchure
DuitsMundstück
Spaansboquilla
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek