mond-en-klauwzeer
/ˌmɔntɛnˈklɑuzer/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (medisch), (veeteelt) een zeer besmettelijke virusziekte (Aphtae epizooticae) die evenhoevige dieren, vooral runderen treftHet uitbreken van mond-en-klauwzeer is onder veetelers een onderwerp van grote zorg.
Etymologie
* (samenkoppeling) van mond, en en klauw samengesteld met zeer
Vertalingen
Engelsfoot-and-mouth disease
DuitsMaul- und Klauenseuche
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek